Beleid

In de visie van Kids’ Companion BV is kinderopvang meer dan “opvang” alleen: kinderopvang betekent met name zorg voor en begeleiding van kinderen in een belangrijke ontwikkelingsfase van hun leven.
Onder het motto: “Opvoeden is niet het kind behoeden voor het vallen, maar het helpen bij het opstaan”, biedt Kids’ Companion in kleinschalige kinderdagverblijven een op kinderen afgestemde, ruimtelijke omgeving en speelgelegenheid.
Hier kunnen kinderen samenspelen met andere kinderen en daarbij op een natuurlijke wijze sociale vaardigheden aanleren. Ook is gezorgd voor ruimtes waar een kind zich even in zijn of haar eigen belevingswereld terug kan trekken.
Vanuit de geboden fysieke en emotionele veiligheid kunnen kinderen worden uitgedaagd hun grenzen op te zoeken.

Uitgangspunten en doelstellingen

De belangrijkste pedagogische uitgangspunten en daarmee de basis voor de pedagogische doelstellingen van Kids’ Companion zijn de rechten van ieder kind:

  • ieder kind heeft recht op fysieke en emotionele veiligheid;
  • ieder kind heeft recht op respect en vertrouwen van alle leidsters en alle kinderen en op de kans om vriendschappen op te bouwen met andere kinderen;
  • ieder kind heeft er recht op te leren binnen welke grenzen hij/zij mag acteren en welke normen en waarden gehanteerd worden in een respectvolle omgang met anderen en als voorbereiding op actieve deelname in de maatschappij;
  • ieder kind is uniek en heeft recht op volledige ontplooiing van zijn of haar mogelijkheden op emotioneel, sociaal, motorisch, cognitief, verbaal/non-verbaal, creatief en muzisch gebied.

Kids’ Companion volgt niet één specifieke pedagogische stroming, maar combineert de uitgangspunten van verschillende pedagogen tot een beleid dat gericht is op het behalen van de belangrijkste pedagogische doelstellingen, zoals bij wet bepaald:
Sterre 11 jaar 050

  • het bieden van fysieke en emotionele veiligheid: de fysieke veiligheid is geborgd door een actueel gezondheids- en veiligheidsbeleid, grote risico’s worden onderkend en maatregelen getroffen; de emotionele veiligheid wordt geborgd door de leidster: zij gaat op een sensitieve en responsieve manier met kinderen om, toont respect voor de autonomie van kinderen, stelt grenzen en biedt structuur oor het gedrag van kinderen, zodat kinderen zich emotioneel veilig en geborgen kunnen voelen;
  • het bevorderen van de sociale competentie van kinderen: de leidster begeleidt de kinderen in hun interacties, waarbij hen spelenderwijs sociale kennis en vaardigheden worden bijgebracht, teneinde de kinderen in staat te stellen steeds zelfstandiger relaties met andere op te bouwen en te onderhouden;
  • socialisatie door overdracht van waarden en normen: de leidster stimuleert de kinderen om op een open manier kennis te maken met de algemeen aanvaarde waarden en normen in de samenleving met het oog op een respectvolle omgang met anderen en een actieve participatie in de maatschappij;
  • het bevorderen van persoonlijke competentie van kinderen: de leidster daagt de kinderen spelenderwijs uit in de ontwikkeling van hun motorische vaardigheden, cognitieve vaardigheden, taalvaardigheden en creatieve vaardigheden, teneinde hen in staat te stellen steeds zelfstandiger te functioneren in een veranderende omgeving.

Gezondheidsbeleid

Waar veel kinderen bij elkaar zijn, is een goede hygiëne noodzakelijk. Jonge kinderen vormen een kwetsbare groep. Omdat hun afweersysteem nog in ontwikkeling is, zijn ze gevoelig voor infectieziekten. Bovendien vertonen kinderen niet vanzelfsprekend hygiënisch gedrag. Dicht bij elkaar spelen en leven kan gemakkelijk voor infectie-overdracht zorgen. Hygiënisch werken op een kinderdagverblijf heeft, net als veilig werken, te maken met eigen houding en gedrag en met de hygiënische maatregelen die gelden in een kindercentrum, zowel de algemene hygiënemaatregelen, als de hygiënemaatregelen bij de bereiding van voedsel in het algemeen en babyvoeding in het bijzonder. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de Risico-inventarisatie Gezondheid, welke tenminste eenmaal per jaar wordt uitgevoerd en geëvalueerd, alsmede de algemene hygiënecode voor voedingsverzorging. Eén van de algemene hygiënemaatregelen is de verplichting voor ouders/verzorgers om bij het betreden van de zaal de plastic overschoenen te dragen (ter beschikking gesteld door Kids’ Companion), ouders wordt verzocht de kinderen antislipsokken mee te geven.

VeiligheidsbeleidHPIM0480

Werken in een kinderdagverblijf betekent extra aandacht voor de veiligheid. Er wordt onderscheid gemaakt tussen fysieke veiligheid en emotionele veiligheid.
De wijze waarop de emotionele veiligheid geborgd wordt, is beschreven onder “Uitwerking opvoedkundig beleid”.

Een belangrijke rol bij de bewaking van de fysieke veiligheid speelt de Risico-inventarisatie (RI) Veiligheid, welke tenminste eenmaal per jaar wordt uitgevoerd door de leidinggevende en een beroepskracht en doorlopend geëvalueerd (bij iedere teamvergadering staat dit onderwerp op de agenda).
Als het om de veiligheid van een kind gaat, zijn er twee belangrijke taken in de rol van de beroepskracht:

  • het treffen van voorzorgsmaatregelen,
  • het kind leren omgaan met gevaren.

Het treffen van voorzorgsmaatregelen
Bij het treffen van voorzorgsmaatregelen moet rekening gehouden worden met de mate waarin het kind reeds risico’s of gevaren kan voorzien. Dat ligt voor een baby anders dan voor een dreumes of peuter.

Het kind leren omgaan met gevaren
Kinderen moeten leren omgaan met gevaren. Te veel bescherming kan de situatie juist onveilig maken voor de kinderen. Ze leren dan niet zelf wat de consequenties en risico’s zijn van hun eigen gedrag en blijven daardoor afhankelijk van hun verzorgers.
Wat wel of niet gevaarlijk is voor kinderen hangt af van hun leeftijd en ontwikkeling. Sommige zaken blijven altijd een gevaar, zoals giftige planten: deze mogen dan ook niet in of bij het kinderdagverblijf aanwezig zijn. De kunst van het opvoeden is immers niet het behoeden voor het vallen, maar het helpen bij het opstaan.